Geschiedenis


 

Tot laat in de middeleeuwen worden de stadsgrenzen van Leiden gevormd door de grachtengordel met daarin opgenomen de gracht van de Steenschuur. De noodzakelijke industriële activiteiten vinden vooral plaats aan de buitenzijde van deze stadgrenzen, zoals bijvoorbeeld aan de even zijde van de Steenschuur.

De eerste bebouwing van de Steenschuur vangt aan in de 12e eeuw. De oudste bronnen over het pand Steenschuur 4 dateren van 1590, als Frederik Simonsz Vellekoop het pand verkoopt aan Klaas Rijkaard, die er een verfbedrijf begint. De geschreven geschiedenis van het pand Steenschuur 6 begint rond 1600 als Adriana Janszoon het pand erft van Jan van Broekhoven. Circa 1668 komen beide panden in gemeenschappelijke handen, en worden ze als samengevoegd beschouwd.

De brouwerstraditie van de panden begint in 1643 als Hendrik Klaaszoon de Munt een brouwerij begint in het pand Steenschuur 4.
In de periode 1729 tot 1775 zijn de beide panden in het bezit van het brouwersgilde van Leiden. Daarna zijn ze steeds weer in het bezit van kleine lokale brouwerijen. In de 19e eeuw wordt de bierproductie grootschaliger en worden de panden in 1817 gekocht door de brouwerij “Den Roode Eenhoorn”, die reeds een complex van panden bezat aan de Steenschuur en aan de Hoge Woerd voor de productie en opslag van bier.

Nadat beide panden meerdere keren in andere handen zijn overgegaan, komen ze in het bezit van NV Bierbrouwerij De Posthoorn en Azijnmakerij De Twee Sleutels. Deze brouwerij had vestigingen in Leiden en in Waregem (Belgie).

In januari 1872 koopt de vrijmetselaarsloge La Vertu de beide panden van brouwerij De Posthoorn voor de somma van 4600 gulden. Zij doet dit via een van haar leden, de heer Johannes Hendrik Sala, fabrikant van spiegels en lijsten.